Stem je samen of tegen?
Al ruim 26 jaar mag ik stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, maar meer dan ooit vind ik het een lastige kwestie. Al sinds mijn 18e (en ik denk zelfs al wel daarvoor) ben ik geïnteresseerd in politiek, omdat het naar mijn idee iets wezenlijks uitmaakt van een samenleving. Hoe je met elkaar omgaat in een land is deels ook terug te zien in de politiek. Ben je solidair met elkaar? Durf je een disscussie of debat aan te gaan, zonder dat je hoeft te vrezen voor je leven? Hebben we respect voor elkaars zienswijzen en proberen we er toch telkens weer samen uit te komen om verder te gaan? Voor mij geldt dat we in Nederland hiervoor een prachtige basis hebben, waarin deze dingen mogelijk zijn. Je mag het met elkaar oneens zijn, maar je weet ook dat er altijd een andere kijk op de werkelijkheid bestaat. En dat maakt dat het samen komen tot een compromis of keuze essentieel is om als ‘samenleving’ ook weer verder te gaan en door te ontwikkelen.
Toch vraag ik me dit jaar meer dan ooit af: is politiek nog wel een plek waar we samen bouwen, of vooral waar we tegen elkaar strijden? Veel partijen zijn duidelijk tegen iets: tegen migratie, tegen rijke mensen, tegen het klimaat, tegen bedrijven die het klimaat bedreigen, tegen boeren, tegen natuurbescherming, tegen … zeg het maar. Ik heb onlangs een klein testje gedaan om eens te turven hoe vaak woorden als “tegen” (en soortgelijke woorden) terugkomen in de verkiezingsprogramma’s en dit ook vergeleken met andere jaren. Wat blijkt? Het komt vaker voor dan ooit. Gelukkig zijn er ook andere, meer hoopvollere zinnen te lezen. Dus het is niet allemaal kommer en kwel. Maar toch vind ik het opmerkelijk dat we blijkbaar als samenleving zover zijn gegroeid, dat we vooral “tegen iets” willen zijn. Alsof de uitdagingen die we als mens tegenkomen in ons leven ook altijd te maken hebben met “dat iets of iemand tegen” ons is.
Tegenstellingen
Polarisatie is een term die hierbij ook vaak valt. Dat de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving groter worden, zeg maar het “wij/zij” gevoel. Als je een beetje de media volgt merk je ook op dat dit terugkomt in de artikelen en interviews. Journalisten vinden het heerlijk om de verschillen die er zijn binnen de partijprogramma’s uit te vergroten en een beetje politici doet hier ook heel graag aan mee. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de wijze waarop door sommige partijen nu al wordt bepaald met wie wel en niet wordt samengewerkt, als de verkiezingen straks voorbij zijn. En dit allemaal onder het motto “dan valt er tenminste ook echt wat te kiezen”. Maar is dat wel zo?
Volgens mij is een democratie in beginsel bedoeld om het volk de macht te geven en te voorkomen dat er 1 of enkele mensen bepalen voor een heel land wat goed en wat niet goed is. Maar is het hebben van groeiende tegenstellingen binnen de partijen (en mensen) die wij kunnen kiezen hiervoor noodzakelijk? Moet het echt zo zijn dat we daarvoor eerst voor onszelf bepalen waar we toch vooral tegen zijn, zodat we daar lekker in mee kunnen zeuren? Het is jammer dat politiek niet veel meer gaat over hoe we wel kunnen samenwerken. Hoe het mogelijk is om, ondanks de tegenstellingen, toch samen kunnen werken aan een (blijvend) welvarend land, waarin we ook aandacht hebben voor mensen die het niet zelf kunnen redden?
Paradox
De paradox van het werken vanuit tegenstellingen is in mijn beleving ook dat het ergens behoorlijk veel gelijkenissen met elkaar heeft. Voorbeeldje: neem het programma van PVV en dat van Groenlinks-PvdA op het thema ‘wonen’. Een thema dat, voor zover ik de media mag geloven, een van de belangrijkste thema’s is van de komende verkiezingen. In bewoordingen in hun programma’s zie je veel verschillen, maar als je een diepere analyse maakt zitten er ook enkele belangrijke raakvlakken. Bijvoorbeeld: beide willen dat de huren niet stijgen, beide willen dat er ook gebouwd wordt voor middenhuur, beide willen binnenstedelijk bouwen. De tegenstellingen zitten met name op het vlak van klimaat en hoe om te gaan met statushouders en de hypotheekrente aftrek. Maar hebben de huidige uitdagingen rondom ‘wonen’ nu echt te maken met deze drie onderwerpen? Of willen wij als samenleving toch eigenlijk hetzelfde en dus toewerken naar meer (en betere/goedkopere) woningen en vooral inzetten op sneller (binnenstedelijk) bouwen?
Ik ben geen analist van politieke programma’s en weet ook dat mijn analyse van hierboven misschien veel te kort door de bocht gaat. Maar waar het mij wel om gaat is het feit dat we nu heel erg inzetten op wat er allemaal anders en verschillend is, terwijl we in de basis toch willen (en moeten) samenwerken om als land te blijven ontwikkelen? Dan helpt het niet als je vooral denkt vanuit “ik ben tegen dit of dat”. Hierdoor leg je automatisch de verantwoordelijkheid van het feit dat zaken niet worden opgepakt bij de ander en iemand die een beetje persoonlijke ontwikkeling heeft gehad, weet dat je daarmee nooit verder komt. Misschien hebben we juist wel meer behoefte aan ‘samen’ dan ‘tegen’. Kortom, ik ga nog maar eens twee weken broeden op wie mijn stem gaat krijgen, maar het zal in ieder geval geen tegen-stem worden.
